Beurskrach

Beurskrach
© Bundesarchiv, Bild 146-2003-002-22

Mattias en Johannes kunnen zich later niets meer van de hyperinflatie  herinneren: ze zijn nog te klein. Bovendien wordt de situatie in Duitsland na 1923 iets beter. Duitsland krijgt steun van de Verenigde Staten en het lukt de regering van Gustav Stresemann de inflatie te bestrijden. Als de jongens vier jaar zijn, gaan ze naar de kleuterschool. Mattias vindt het er heerlijk. Hij is sterk en groot en speelt al snel met de grotere jongens. Johannes is een stuk stiller. Hij zit liever binnen.

Net als Benjamin, een Joods jongetje bij hem in de klas. Anderen pesten Benjamin wel eens, maar Johannes vindt Benjamin aardig. Ze worden al snel dikke vrienden. Net als de mensen in Duitsland denken dat hun land de klap van de Eerste Wereldoorlog echt te boven is gekomen, breekt er, precies op de zesde verjaardag van Mattias en Johannes, een grote economische crisis uit. Op 24 oktober stort de beurs in New York in, en wereldwijd kelderen vervolgens alle aandelenkoersen. Fabrieken gaan dicht, arbeiders staan op straat en niemand heeft meer geld. Vooral in Duitsland slaat de crisis heftig toe. Vader Franz wordt gelukkig niet ontslagen, maar veel van zijn vrienden en familie wel.

Opdracht 4: Beurskrach – Kennis en analyse

Lees de bovenstaande tekst en bron 5 en beantwoord de vragen.
a. In welk jaar brak de crisis uit?


b. Leg uit waarom de crisis juist in Duitsland extra hard toesloeg.


c. Twee partijen profiteerden van de slechte economische omstandigheden. Welke partijen waren dat? Geef zowel de afkorting als de volledige naam van deze partijen.


d. Geef een overeenkomst en een verschil tussen deze twee partijen.