De bevrijding

Bevrijding van Dachau
© Wikipedia.org

Het is winter 1944 als Johannes aankomt in het concentratiekamp Dachau. Zijn kleren worden hem afgenomen en hij krijgt, net als de andere gevangenen, een gestreept gevangenispak. In een tochtige, overbevolkte houten barak deelt hij een dunne matras met een medegevangene. Ze krijgen veel te weinig eten: dunne soep en een beetje oud brood. Iedere dag werkt hij in een wapenfabriek die vijf kilometer verderop ligt. Daar marcheren de gevangenen vroeg in de ochtend naartoe. De meesten van hen hebben, net als Johannes, geen schoenen. Het vriest dat het kraakt. Iedere dag gaan er mensen dood in het kamp. Johannes voelt zich steeds zwakker.

Johannes is meer dood dan levend als de Amerikanen in april 1945 Dachau bevrijden. Hij is verschrikkelijk ziek en heel erg mager. Het duurt maanden voor hij weer een beetje op de been is. Hij wil maar één ding: naar huis, naar zijn moeder, naar Dresden. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. De situatie in Duitsland is onoverzichtelijk. Wegen zijn kapot, bruggen opgeblazen. Dresden is ingenomen door Russische troepen, terwijl Johannes in München in de Amerikaanse zone zit. Geld heeft hij niet. Of zijn familie nog in leven is, weet hij ook niet. Hij kan geen contact met ze krijgen. Johannes heeft de oorlog dan wel overleefd, maar echt vrij voelt hij zich niet.

Opdracht 5: De bevrijding – Kennis en analyse

Op 7 mei 1945 capituleerde Duitsland. De Tweede Wereldoorlog was nu in Europa officieel voorbij. Duitsland was verslagen en de bezette landen waren bevrijd door de geallieerden. Veel mensen waren opgelucht dat de oorlog voorbij was, maar veel Duitsers hadden een dubbel gevoel over het einde van de Tweede Wereldoorlog. Was het einde van de oorlog ook voor hen een bevrijding?

Geef twee redenen waarom veel Duitsers een dubbel gevoel hadden.