De Olympische Spelen in München


Olympisch Stadion München
© Wikipedia.org


Opdracht 6: Geweld – Portfolio-opdracht

In 1972 vonden in München de Olympische Spelen plaats. Deze Spelen moesten in het teken staan van een nieuw en democratisch West-Duitsland. Maar in de nacht van 5 september weten Palestijnse terroristen het Israëlische verblijf binnen te dringen. Ze gijzelen negen sporters en officials. De terroristen eisen de vrijlating van 234 Palestijnse gevangenen en de leiders van de RAF. Israël gaat niet akkoord met de eisen en de Duitse politie besluit in te grijpen. Bij deze actie komen alle negen gegijzelden om het leven.

Mensen gebruiken vaak geweld, omdat ze hun standpunt kracht bij willen zetten en duidelijk proberen te maken dat ze zich niet zomaar aan de kant laten schuiven en ze hun doel voor elkaar willen krijgen. Dit blijkt uit de acties van de RAF, zoals het gijzelingsdrama in München in 1972, maar ook uit het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Bereid een groepsdiscussie voor over het onderwerp ‘geweld’. De volgende vragen staan hierbij centraal: Is geweld acceptabel? Zo ja,wanneer is geweld wel acceptabel en wanneer niet? Werk in groepjes van zes leerlingen. Drie leerlingen binnen jullie groep keuren geweld categorisch af. Geweld mag onder geen enkele omstandigheid worden gebruikt. Dit is het ‘nee-kamp’.

De andere drie leerlingen vinden geweld onder sommige omstandigheden wel toegestaan. Dat is het ‘ja, als-kamp’. Verzamel binnen je kamp zo veel mogelijk argumenten voor jullie mening in deze vraag en noteer deze. Denk er ook over na hoe jullie gaan reageren op mogelijke punten die door jullie tegenstanders in het debat worden ingebracht.

Hou vervolgens een debat voor de hele klas. Hierbij gelden de volgende regels:
- Het debat begint met een betoog van 1 minuut voor elk van de twee kampen. Eén persoon bij elk kamp mag dit betoog houden.
- Vervolgens krijgen de andere groepsleden de kans om in te gaan op de genoemde punten of vragen te stellen. Iedereen blijft daarbij beleefd en zakelijk. Hiervoor hebben jullie 3 minuten de tijd.
- De docent is gespreksleider. Hij/zij houdt de tijd in de gaten en let erop dat iedereen aan het woord komt.