De hereniging

Bundestag
© Flickr.com/Baracoder

Op 9 november 1989 valt de Berlijnse Muur. Het betekent het einde van de DDR en luidde het einde van de Sovjet-Unie en van de communistische regimes in Europa in. Na het weerzien met Uwe is het verhaal van de familie Maier echter niet ten einde. In Ludwigshafen hebben Johannes’ broer Mattias en zijn vrouw Beate de hele avond aan de tv gekluisterd gezeten. Pas om vier uur ’s nachts gaan ze naar bed, en ze staan alweer vroeg op. Mattias weet wat hij wil: “We gaan erheen Beate! En wel onmiddellijk.” Op dat moment gaat de telefoon. Het is hun zoon Karl, vanuit Hamburg. “Ik neem de trein van 10 uur. Halen jullie me op bij Bahnhof Zoo? Susanne is er ook.”
 
Het is in het appartementje van Johannes en Franziska dat de hele familie Meier elkaar terugziet, diezelfde avond nog. Johannes vermoedt dat zijn broer naar hem toekomt. Hij leent een auto van de buren en rijdt naar Dresden om zijn moeder op te halen. Die snapt nauwelijks wat er gebeurd is maar laat zich leiden door haar zoon. Als Johannes zegt dat Mattias en Uwe komen, dan komen Mattias en Uwe. En ze komen, met hun vrouwen en kinderen. Die avond viert de hele familie Maier de hereniging van hun familie. Een jaar later zal ook Duitsland officieel weer worden herenigd tot een land.
 
Datzelfde jaar later staat Johannes zenuwachtig op het vliegveld. Hij gaat voor het eerst in zijn leven vliegen: naar Seattle in Amerika – samen met zijn zoon Friedrich. Want in Seattle woont zijn vriend Benjamin, die voor de nazi’s naar de Verenigde Staten vluchtte. Na 62 jaar zullen ze elkaar weer terugzien.
“Kom vader,” zegt Friedrich, “ben je er klaar voor? Dan gaan we instappen.” En hij geeft zijn vader een arm.

Opdracht 5: Vrijheid – Portfolio-opdracht

We hebben gezien dat vrijheid tijdens de vorige eeuw op vele manieren is gebruikt en misbruikt. Beantwoord onderstaande vragen op je portfolio-blad en lever dat aan het einde van dit hoofdstuk in bij je docent.

a. Zoek een definitie van vrijheid en schrijf die op.
b. Wat is vrijheid voor jou?
c. Hoe merk je in het dagelijkse leven dat jij in een vrij land leeft? Noem drie voorbeelden.